woensdag 29 oktober 2014

De boom als biotoop; hoe oud is de boom?

De boom als biotoop

Kijk nog eens goed naar boven, naar de bladerpracht. En als je dan weer naar beneden kijkt. Wat denk je: hoeveel etages heeft het bos hier? In een bos heb je van hoog naar laag de volgende etages: de bomen, de struiken, de strooisel laag en de moslaag.





Vroeger vond men bomen heel belangrijk voor de economische waarde van het hout. Nu vindt men bomen heel waardevol voor de beleving maar zeker ook voor hun ecologische functies: ze dienen als schuilplaats, verblijfplaats of voedselbron voor vogels, planten, dieren. Dus, bomen zijn eigenlijk  kleine biotopen.
Wat is dan hun betekenis voor vogels, planten en dieren?
Vogels: Een voorbeeld: de grote bonte specht heeft haar nest in de lindenboom en ze eet van de bast.
Planten: je ziet hier veel hedera (klimop) op de boomstammen. Ook zie je mossen en korstmossen op de boom. De maretak b.v. (heb ik hier in de kloostertuin niet gezien) is afhankelijk van de voedingsstoffen van de boom (half-parasiet). Ik zie ook veel braamstruiken onder de bomen.
De strooisel laag onder de bomen zorgt voor een specifiek klimaat: vochtige en humusrijke grond.
Dieren: torren eten gangen in de boom, schimmels eten ook van de boom, maar ook zoogdieren, zoals marters, eekhoorns en kleine knaagdieren.

Hoe weet je nu hoe oud de boom is?
Hoe meet je de leeftijd van een boom?
Ik kies b.v. de grote, markante beuk uit.
Dan start ik met het meten van de omtrek van de boom: doe een meetlint om de boom heen. Dit doe je op 1,5 m hoogte. De omtrek van de grote beuk is.......... centimeter.
Deel nu het aantal centimeters door 2,5. Dan heb je de leeftijd van de boom.

Een voorbeeld:
De omtrek van de boom is b.v. 100 cm.
100: 2,5=40
De boom is dan 40 jaar oud

Natuurbeheer
Als bomen zo belangrijk zijn voor het ecosysteem, is het ook van belang dat we ze goed "beheren".
Je kunt spreken van goed beheer, als er
  1. variatie is in leeftijd van bomen en in het bomenbestand
  2. liefst gebiedseigen en inlandse soorten geplant worden, omdat blijkt dat daar de meeste insecten en andere dieren op af komen,
  3. hout blijft liggen waar dat kan
  4. er kluiten van bomen blijven liggen voor aardhommels en ijsvogels.
Als ik deze criteria toets in de kloostertuin, dan is er wel variatie in leeftijd en zijn er verschillende boomsoorten; er zijn gebiedseigen bomen, zoals de beuk, de eik, een enkele berk maar helaas ook uitheemse zoals platanen, enkele notenbomen (een oude en 2 jonge), paardenkastanje en tamme kastanje bomen.


overblijfsel van boom






Op zoek naar paddenstoelen

Paddenstoelen

Wat zijn paddenstoelen eigenlijk?
Het zijn schimmels en levende organismen oftewel Funga. Ze zijn heel belangrijke recyclers in de natuur. Ze breken organisch materiaal af (dit wordt verteerd) en zo komen er voedingsstoffen vrij voor planten. Schimmels komen vooral in bossen voor en gaan de strijd aan met levende bomen: sommige soorten kunnen levend hout binnendringen en het rottingsproces starten.

Wist je dat je 3 groepen kunt onderscheiden:
  1. Saprofyten (leven van dood organisch materiaal)
  2. Parasieten (leven van levend organisch materiaal)
  3. Symbioten (leven samen met planten, die de voedingsstoffen leveren en de schimmel faciliteert de plant bij het opnemen van water en mineralen).
Wat we boven de grond zien van een paddenstoel is het vruchtlichaam van de schimmel.


Om paddenstoelen te determineren moet je in het algemeen letten
op 1) de vorm, afmeting, geur, smaak, groeiplaats, begeleidende planten of bomen.
op 2) de hoed (kleur, vorm, afmeting, structuur van het oppervlak)
op 3) lamellen (vorm, kleur, aanhechting aan steel, weinig/veel, rand),
op 4) steel (kleur, ring, vorm vd ring, breekbaar, vorm vd steel, lengte, oppervlak);
op 5) steelvoet (zakje, vorm, kleur.
op 6) de sporenkleur
 
Onderstaande paddenstoelen heb ik in de kloostertuin gezien:

Op deze plek in de kloostertuin groeiden onderstaande paddenstoelen


Geschubde inktzwam

Nog een!
  
Heksenkring
 




Foto
Parelstuifzwam
















 

Beelden van Cortenstaal


Kunstwerk van Annelies Rademakers uit Banholt: de beelden groep heeft een bruine roestkleur: dit is een metaallegering bestaande uit ijzer waar koper, fosfor, silicium, nikkel en chroom zijn toegevoegd. Annelies Rademakers werkt vanuit haar inspiratie, die zij uit de wereld om haar heen haalt: gebeurtenissen die haar raken. Ze werkt meestal met brons, mar ook met keramiek, steen en kunststof, afhankelijk van het gevoel dat het beeld moet oproepen.
Gevoel staat centraal in haar werk.

 




Ga er eens voor staan en bekijk de beeldengroep eens rustig.
Wat zie je?
Hoe ervaar je dit?
Welk thema of onderwerp zie jij erin?

Ik vind het hier, in deze omgeving heel goed passen: heel natuurlijk.
Zelf zie ik er de cyclus van het leven in.


 
 

Plattegrond Kloostertuin Opveld Veldstraat 20

Plattegrond Kloostertuin Opveld in Heer.
Als je bij Veldstraat 20 staat kun je via de verzorgingsappartementen naar binnen. Je kunt er je fiets stallen. Als je de Veldstraat verder afloopt naar het Oosten, richting Porta Mosana (school voor Voortgezet Onderwijs)  kun je ook de kloostertuin inlopen.

Noordkant:
De kapel met kloostergebouw is oranje gekleurd en ligt tussen het groen en de hoogbouw met verzorgingsappartementen. Een deel van het kloostergebouw ligt aan de Veldstraat waar je aan de andere kant van de straat oranje blokjes ziet: huizen.

Oostkant:
Het andere gebouwencomplex met oranje, geel en een beetje rood is de locatie van de Porta Mosana school.

Zuidkant:
Hier zie je ook weer oranjeblokken, dit zijn de huizen van de wijk Vroenhof.
Westkant:  aan de onderkant zie je net een stukje weg: dit is de Rijksweg naar Gronsveld.
Het groen (de eigenlijke tuin):
Als je het groen goed bekijkt, dan zie je drie witte vlakken ( grasvelden) omringd door paden met meidoorhagen en aan de Westkant en Zuidkant een bospartij met een strooisellaag en dicht struikgewas (struwelen).
In de tuin staat een variatie aan bomen: een paar notenbomen, beuken, eiken, kastanjebomen, esdoorns, essen, een laan met lindenbomen, witte robinia's. Er staan een paar reuzen beuken in de tuin. Eentje staat markant tussen het tweede en derde grasveld in. Hier liggen grote keien onder: het is een ontmoetingsplaats voor de scholieren van Porta Mosana (de school).
Er is ook een heuveltje (aan de Zuidkant tegen Vroenhof aan), waarop de restanten van een Mariagrot staan. Ik vind dit een heel leuk plekje: het vormt als het ware een uitkijktoren op een deel van de tuin. Helaas blijft er steeds minder van de grot over: steeds meer stenen worden er afgehaald en liggen verspreid over het pad en onder de struiken. Een geheimzinnige plek vind je vlakbij de kapel, waar ook een Mariagrot staat. Hier staan  een paar taxusbomen omheen. Het is er donker. Hier zie ik al een paar keer allerlei sprokkelhout liggen en een restant van een hut.
Dit vormt voor mij het bewijs dat deze plek op kinderen ook een enorme aantrekkingskracht heeft.
Als je vanaf hier naar de rand aan de westkant loopt, slenter je door het bosje, dat weer een heel andere sfeer heeft: je voelt je als het ware bedekt door een transparant bladerdak (nog wel). Als de zon er door heen schijnt, vind ik het hemels om hier te struinen.














vrijdag 6 juni 2014

Een droom...

Wat zou het mooi zijn om Opveld als Ontmoetingsplek voor de buurt in te richten!
Een natuurspeelplek voor de jeugd en zitjes voor ouders en senioren.
De speeltuin van de Democratische school is al zo uitdagend en natuurlijk ingericht. Het zou mooi zijn om na je ommetje even lekker na te genieten van de rust van dit parkbos. De reusachtige rode beuk fungeert al als een hangplek voor de middelbare scholieren van Porta Mosana.
Bij Mien Ruys in Dedemsvaart heb ik een paar fantastische ideeën opgedaan. Kijk maar eens:

Een bank van natuurlijk materiaal.
Een bijenhotel






 Een kunstige plant als eye-catcher
Dit appel plukkend meisje is toch ook een aanwinst.... 

Vogelpoep?





Bij de Lindelaan:
Ik zie een rond gat in de lindeboom... met vogelpoep eromheen. beneden op de grond zie ik nog veel meer poepresten op de stam en op de hedera. Welke vogel kan dit zijn?
Een grote bonte specht!



De grote bonte specht is aangepast op een leven in de bomen. De tenen zijn zo geplaatst dat de vogel gemakkelijk verticaal kan klimmen. De staart is stevig en wordt tijdens het klimmen als ondersteuning gebruikt. De stevige, scherpe snavel van de grote bonte specht wordt door de vogel onder andere gebruikt om een nestholte uit te hakken, om voedsel te zoeken en om contact te maken met soortgenoten. Het voedsel wordt voornamelijk gevonden op stammen en takken van bomen, waarbij de snavel gebruikt wordt om insecten en kleine diertjes uit het hout te lokken.

De grote bonte specht lijkt sterk op twee andere in Nederland voorkomende spechten: de middelste bonte specht en de kleine bonte specht. De grote bonte specht komt het meeste voor en onderscheidt zich behalve door het formaat ook door het ontbreken van een geheel rode kruin bij het mannetje. 



Ecologische betekenis van het veel voorkomen van de grote bonte specht
Het gaat goed met bossen in Nederland. Niet alleen is er méér bos dan enkele decennia geleden, de bossen worden ook steeds meer beheerd op een manier waar veel dier- en plantensoorten van profiteren. Natuurlijk bosbeheer wint terrein en dat vindt zijn weerklank in het voorkomen van allerlei vogelsoorten - waaronder de grote bonte specht - die als graadmeters functioneren voor de kwaliteit van de bossen om ons heen. Gaat het slecht, dan reageert de vogelstand daar sterk op, maar wanneer het goed gaat is dit gelukkig ook te zien in de vorm van een opleving van de vogelstand.

En de bodem: hoe ziet die eruit?


Volgens het Cultuurwaarden Deelrapport Archeologie Scharn Heer van A.C. Mientjes, gemeente Maastricht, juli 1991, bestaat de bodem van de kloostertuin Opveld voornamelijk uit radebrikgronden die zich gevormd hebben op de vlakke delen van de lösspakketten. Deze lösspakketten zijn gevormd tijdens het Saalien (tussen 370.000 en 130.000 jaar geleden). Doordat de Maas zich later heeft ingesneden in de riviersedimenten, zijn er terrassen ontstaan. Het terras op deze locatie in Heer wordt het terras van Eisden-Lanklaar genoemd. Op de vlakke delen van deze lösspakketten hebben zich radebrikgronden gevormd.
Radebrikgrond bestaat uit de volgende onderdelen:

Diepte in cm
(onder maaiveld)
Omschrijving
Kleur
Horizont
Code
0-25
siltige leem
donker grijsbruin
bouwvoor
Ap
25-50
siltige leem
bruin
uitspoelingslaag
E
50-90
siltige leem
donkerbruin tot donker geelbruin
inspoelingslaag
(briklaag)
Bt
90-110
siltige leem met minder klei
donkerbruin tot donker geelbruin
overgangslaag
BC
110 >
siltige leem
geelbruin tot licht geelbruin
moedermateriaal
(löss)
C

Tabel : bodemprofiel van radebrikgrond, eenheid Bld6. 
Klopt bovenstaande nu met ijn eigen grondproeven?
Eerder heb ik al vermeld dat de overbodige grond voor de bouw van de moderne verzorgingscomplexen verplaatst is. Deze grond is op de open gemaakte plekken in de kloostertuin neergelegd en dat zijn nu grasvelden geworden. Ik heb grondboringen verricht op de verschillende grasvelden en bij de bosjes
voor-en achterin aan de westkant van de tuin.
1e plek: Grasveld 1

De grasvelden zijn ontstaan op de neergestorte grond. Bij de 1e plek kwam ik door de hardheid niet ver de grond in. De grond is vettig en geel van kleur: donkergeelbruin. Deze grond is afkomstig uit de diepere lagen: siltige leem, moedermateriaal (löss).








2e plek: vlakbij de kastanjebomen


3e plek: In het bosje aan westkant
  4e plek: grasveld : in het bosje verder naar het westen


Op deze plek staan nog verschillende bomen, overblijfselen van het bos: zwarte grond met veel kiezels. Het is mij een raadsel waar de kiezels vandaan komen.







Bosgrond: siltige leem, donker grijsbruin











Bosgrond: siltige leem, donker grijsbruin







5e plek: Grasveld 3
Geelbruin tot lichtbruin
Moedermateriaal Löss (C): deze grond moet afkomstig zijn van meer dan 110 cm diep :siltige leem. Dat klopt omdat dit de afgegraven grond is, die bovenop de bestaande laag gelegd is.